|

cobla/sardana
oorsprong
van cobla en sardana
De oorsprong van de huidige cobla ligt in de middeleeuwen, toen in de
Catalaanse contreien de zogenaamde cobla de tres quartans - en
variaties daarop - actief was: een groepje van drie muzikanten die in
totaal vier instrumenten bespeelden: tarota (een schalmei, voorloper
van de tenora), doedelzak en flabiol plus trom.
De oorsprong
van de naam 'sardana' is niet helemaal duidelijk. De populairste theorie
is dat deze verwijst naar het eiland Sardinië, waar ze zou zijn
ontstaan. Wat geen enkele twijfel lijdt is dat de dans veel overeenkomsten
vertoont met kring- of reidansen elders in Europa. In middeleeuwse Catalaanse
geschriften wordt gerept van een 'ball rodó' (rondedans), waarmee
de latere sardana curta nauw was verbonden. De danspassen van
de huidige, lange sardana zijn ontsproten aan het brein van Miquel Pardàs
(1816-1872). Pardàs publiceerde in 1850 zijn Método
per aprender a ballar sardanas llargas. Sindsdien is de dans nauwelijks
nog aan veranderingen onderhevig geweest.
 |
Pep
Ventura De
grondlegger van de moderne cobla en sardana-als-muziekvorm is Josep
'Pep' Ventura (1817-1875). Hij was het die halverwege de negentiende
eeuw vanuit Figueres naar Perpignan reisde om te overleggen met de instrumentbouwer
Andreu/André To(u)ron (1815-1886). Deze had rond 1850 vanuit
de oude xerimia's of tarota's zijn eerste 'tenorhobo' ontwikkeld, voorzien
van een eenvoudig, licht kleppensysteem en een grote metalen beker.
Wat Toron hoopte, was zijn tenorhobo te integreren in de toen opkomende
harmonieorkesten. Dit mislukte, maar Ventura gebruikte het instrument
als basis van een geheel vernieuwde cobla. Deze voorzag hij verder van
andere toenmalige noviteiten: met ventielen uitgeruste koperinstrumenten
als de trompet, ventieltrombone en fiscorn (een soort lage bugel). Ook
voegde hij tibles aan zijn orkest toe, een sopraanvariant van de tenora.
Belangrijk aspect van al deze instrumenten was dat ze ook in de openlucht
goed te horen waren, zodat een vrij bescheiden aantal musici een heel
dorpsplein kon vullen.
Hierbij liet Ventura het niet: hij schreef een stuk of tweehonderd sardana's,
die overwegend onder de tegenwoordig alleen nog gespeelde categorie
van de sardana llarga vielen (de oudere sardana curta
telde slechts 24 maten, wat men te kort vond). Daar kwam bij dat hij
als een van de eersten Catalaanse volksmelodieën in zijn dansen
verwerkte. El cant dels ocells is een van zijn grootste klassiekers,
gebaseerd op een eeuwenoud liedje dat de fameuze cellist Pau/Pablo Casals
tijdens concerten graag speelde als toegift.
cultuur
en politiek
De geschiedenis van de cobla en sardana staat absoluut niet los van
de geschiedenis van Catalonië als (deel)staat.
Catalonië was in de middeleeuwen een machtige handelsnatie die
grote bewegingsvrijheid genoot. Maar nadat Columbus in 1492 Amerika
had ontdekt, verloren de Catalanen steeds meer macht aan de Madrilenen,
die gretig de rijkdommen van Zuid-Amerika plunderden. Intussen groeide
de politieke centralisatie en moest Catalonië geleidelijk haar
autonomie inleveren. De Generalitat, de Catalaanse deelregering, werd
door Filips V afgeschaft. Het Catalaans als ambtelijke taal delfde in
1716 het onderspit. Dieptepunt was de bezetting van Barcelona door Napoleon,
in 1808. Net als elders in Europa was de expansiedrift van de Fransen
ook in Catalonië een katalysator voor een romantische beweging,
in casu de zgn. Renaixença. Aanvankelijk zette deze zich vooral
in voor een herleving van de Catalaanse taal en literatuur. Later ging
de aandacht uit naar de Catalaanse volkscultuur in het algemeen. In
de loop van de negentiende eeuw kreeg deze beweging een steeds politieker
karakter.
Belangrijke Renaixença-auteurs als Angel Guimerà en Joan
Maragall schreven teksten die door componisten als Enric Morera (1865-1942)
werden gebruikt voor koorversies van hun sardana's. Deze teksten waren
vaak behoorlijk militant van toon. Zo luidt de openingszin van Morera's
La Santa Espina: 'Wij zijn Catalanen en zullen dat altijd blijven,
of u wilt of niet.'
In 1931 slaagden de linkse republikeinen van Francesc Macià erin
om de Generalitat in ere te herstellen. Catalonië had weer een
deelregering, Macià werd gekozen tot president. Met Franco aan
de macht, eind jaren dertig, was het weer gedaan met de grote politieke
autonomie van de Catalanen. Onder Franco werd de Catalaanse taal onderdrukt,
maar de cobla's bleven behoorlijk actief. In de jaren vijftig en zestig
beleefde tenoraspeler en componist Ricard Viladesau (1918) als aanvoerder
van La Principal de La Bisbal zijn glorietijd.
Pas in september 1977, toen Franco twee jaar dood was, mocht de Catalaanse
president-in-ballingschap, Josep Tarradellas, terugkeren. De Generalitat
werd nieuw leven ingeblazen. Jordi Pujol volgde in 1980 Tarradellas
op. Pujol heeft jarenlang met behoorlijk wat succes gewerkt aan een
verdere uitbreiding van de Catalaanse politieke en economische autonomie.
Eind 2003 werd hij opgevolgd door de socialist Pasqual Maragall, die
in 2006 plaats moest maken voor zijn partijgenoot José Montilla.
de moderne
sardana
De moderne sardana kenmerkt zich door een tweekwartsmaat (of zesachtste
maat), een tempo van rond de 108 tikken per minuut, een totale lengte
van om en nabij de honderd maten. Deze maten zijn verdeeld over een
korter (curts of 'A') en een langer gedeelte (llargs of
'B'), die volgens een bepaald schema worden herhaald. Het meest gebezigde
dansschema is AABB/AABB/B/B, dat de sardana een lengte van ca. 11 minuten
geeft. Tijdens concerten in zalen en op cd's beperken de cobla's zich
meestal tot AABB.
 |
|
Cobla
Montgrins (1896)
|
cobla's
van toen
Tegen het einde van de negentiende eeuw werden twee cobla's opgericht
die met kop en schouders boven de meeste andere orkesten uitsteken:
Cobla Montgrins (1884) uit Torroella de Montgrí en La Principal
de La Bisbal (1888) uit... La Bisbal. Hun successen zijn mede te danken
aan vermaarde tenoraspelers als Ramon Rossell, Lluís Cotxo, Josep
Coll, Ricard Viladesau, Josep Gispert en Jordi Molina. Cobla Barcelona,
in 1921/22 opgericht, bood met de legendarische Albert Martí
- en later Josep Coll - op tenora lange tijd dapper tegenwicht aan de
reuzen uit het noorden van Catalonië, maar stierf in de jaren zeventig
een treurige dood. Wat opvalt is dat er in het zuiden, rond het kosmopolitische
Barcelona, lange tijd - en misschien wel nog steeds - 'keuriger' werd
gespeeld dan in de noordelijke Empordà en omstreken, de bakermat
van de cobla.
cobla's
van nu
Tegenwoordig kent Catalonië zo'n honderddertig cobla's, inclusief
die uit het gebied rond het Franse Perpignan. Vele hiervan bestaan overwegend
uit amateurs, maar een groeiend aantal ensembles kan als professioneel
worden omschreven, zowel qua spel als organisatie. De belangrijkste
concurrenten van Els Montgrins en La Principal de La Bisbal zijn de
Sant Jordi - Ciutat de Barcelona, de cobla's Mediterrània, Marinada,
Selvatana, La Principal del Llobregat en Bellpuig. Het hoge niveau van
deze ensembles is mede te danken aan het feit dat rond 1980 gestart
werd met het onderwijs van tenora, tible en flabiol op de Catalaanse
conservatoria. De belangrijkste docenten waren en zijn Josep Colomer,
Ricard Viladesau, Jaume Vilà, Josep Gispert en Jordi Figaró
(tenora), Martirià Font, Francesc Elías, Francesc Benítez
en Jordi Vilaró (tible), Narcís Paulís, Jordi León
en Marcel Sabaté (flabiol).
instrumenten
In de
begintijd is er druk geëxperimenteerd met de samenstelling van
de cobla. Sarussofoons, saxofoons, fagotten, zes tot dertien musici...
Maar sinds 1900 komen we er vrijwel altijd elf tegen, spelend op dezelfde
instrumenten. Josep Colls metalen tenora noch bouwer Pardo's tenora
met volledig Böhm-systeem zijn door anderen overgenomen. Het geluid
van de eerste vond men tegenvallen. Dat van de tweede ook, plus dat
deze veel te zwaar bleek. Wel zijn de houten instrumenten - tenora,
tible en flabiol - tegenwoordig stukken zuiverder en technisch volmaakter
dan in het verleden.
componisten
De sardana op zich is een vrij eenvoudige muziekvorm, maar altijd zijn
er componisten geweest die haar op een hoger plan hebben weten te brengen.
Pep Ventura heeft een aantal bijzonder fraaie exemplaren geschreven,
evenals de ook eerder genoemde Enric Morera, Juli Garreta (1875-1925)
en Josep Serra (1874-1939). Een generatie later dienden Eduard Toldrà
(1895-1962), Joaquim Serra (1907-1950) en Manuel S. Puigferrer (1908-2000)
zich aan. Terecht zeer populair waren de vaak wat 'dansantere' sardana's
van Josep Saderra (1883-1970) en Vicenç Bou (1885-1962). En iemand
die hier zeker ook niet mag ontbreken is Ricard Viladesau. Als componist
heeft deze 'Prins van de tenora' vooral naam gemaakt met zijn vele obligada's,
stukken waarin één of meerdere instrumentalisten een spectaculaire
hoofdrol is toebedeeld. Tomàs Gil (1915) en Martirià Font
(1923) zijn inmiddels hoogbejaarde componisten die ook een behoorlijk
aantal waardevolle dansen op hun naam hebben staan.
De laatste jaren zijn het vooral Joan Lluís Moraleda (1943),
Jesús Ventura (1960), Jordi Molina (1962) en Jordi Paulí
(1969) die positief opvallen. Wat Frans Catalonië betreft kunnen
hier Max Havart (1924) en Robert Sarrade (1960) nog worden genoemd.
Veel van de hier genoemde componisten hebben niet alleen sardana's voor
cobla geschreven, maar ook symfonische gedichten, suites, liederen,
enzovoort.
Hét naslagwerk in dezen is Carles Riera, Josep M. Serracant en
Josep Ventura, De la A a la Z. Diccionari d'autors de sardanes i
de música per a cobla, SOM, Girona 2002 (tweede, herziene
druk).
|